Buitenlandse ziektes

 

Al onze honden worden standaard jaarlijks gevaccineerd, ontwormd en ontvlooit. 

Voordat zij naar Nederland komen word er een bloedtest afgenomen. 

 

Leishmania

 

Leishmania wordt overgebracht door een zandvlieg (een klein soort mug). De zandvlieg leeft in warme gebieden met een humusrijke grond (bos). De zandvlieg prikt bloed tijdens zonsondergang en zonsopgang. Overdag rusten de zandvliegen op donkere en vochtige plaatsen, vooral in kieren en holen in stenen wanden, houtstapels, kelders of donkere opslagplaatsen bij huizen en stallen.
Mogelijk kunnen teken en vlooien de ziekte ook overbrengen, maar dit is nog niet bewezen.

Om met Leishmania besmet te worden moet het minimaal 18 tot 22°C zijn, anders zijn er geen actieve zandvliegjes. In de Zuid-Europese gebieden loopt het risicoseizoen van april tot november, maar dat kan per jaar en per gebied verschillen.

De enige manier om in Nederland Leishmania te krijgen is via de moederhond (in de baarmoeder), via een bloedtransfusie of via seksueel contact. De kans dat een hond op deze manier geïnfecteerd wordt is echter klein.
 
Buiten Europa komt Leishmania ook voor in delen van Azië en Zuid- en Midden-Amerika. Op de Nederlandse Antillen zien we geen Leishmania, omdat de zandvlieg er niet voorkomt.
 

Symptomen van Leishmania bij de hond

 

Het kan 3 maanden tot jaren duren voordat een hond ziek wordt van Leishmania.

Niet elke hond wordt ziek na besmetting met Leishmania.

Op de plek waar de zandvlieg gebeten heeft, kunnen rode bultjes of kleine zweren ontstaan. De typische plaatsen van zandvliegbeten zijn de oorschelpen, de neus en de buikwand. De bultjes of zweren houden meerdere weken aan en verdwijnen dan zonder behandeling. Deze afwijkingen zien we vaak niet.  Als er op dit moment bloedonderzoek wordt gedaan, kan de infectie nog niet worden aangetoond. Ongeveer een kwart van deze honden wordt later wel seropositief.

De eerste symptomen van Leishmania zijn vaak

Enkele of meerdere duidelijk vergrote lymfeknopen

Gewichtsverlies, spierafbraak

Slechte eetlust of helemaal niet willen eten

Verzwakking

Indien onbehandeld nemen de klachten toe

Huidproblemen zoals kaalheid, roos, toename van het eelt aan de neus, lange afwijkende nagels, en wonden op de overgang van huid naar slijmvlies. Huidklachten komen aan beide kanten voor en gaan vaak niet gepaard met jeuk.

Bloedneuzen

Bloederige urine

Braken en diarree

Gewrichtsontsteking (polyarthritis)

Ontstoken ogen (buiten- en binnenzijde)

Nierontstekingen (eiwit in urine, tot nierfalen)

Hersenverschijnselen

Vergrote milt

 

Diagnose Leishmania bij de hond

 

Leishmania wordt meestal aangetoond met bloedonderzoek (serologie). Na besmetting kan het lang duren (soms meer dan een jaar) voordat deze test positief wordt. Een positieve test betekent niet dat de hond behandeld moet worden voor Leishmania (zie later). Als een hond gevaccineerd is, is deze test minder bruikbaar.

De parasiet is onder de microscoop zichtbaar. Biopten nemen we meestal van de lymfeknopen of het beenmerg. In de lever en de milt zijn de parasieten soms ook zichtbaar. In huidbiopten kan de diagnose niet makkelijk worden gesteld.

Met een speciaal laboratoriumonderzoek (PCR test) van de lymfeknopen of het beenmerg is de kans op het vaststellen van Leishmania groter.

Behandeling van Leishmania

Niet elke hond met antilichamen tegen Leishmania wordt ziek, het betekent alleen dat uw hond antilichamen heeft aangemaakt (we noemen dit een positieve titer of noemen de hond seropositief).
Met de gebruikte medicijnen kunnen we ook niet alle parasieten helemaal en definitief uitroeien, maar we kunnen de ziektesymptomen wel goed tegengaan.
Het heeft geen zin om een seropositieve hond zonder klachten te behandelen.
 
Leishmania kan met verschillende medicijnen worden behandeld. In Nederland wordt meestal gekozen voor een van onderstaande medicijnen:

Miltefosine (Milteforan®): drank, eenmaal daags gedurende 4 weken. Bijwerkingen zoals braken, diarree en verminderde eetlust in wisselende ernst zijn gemeld, maar deze zijn te voorkomen door het middel toe te dienen met de voeding.

Meglumine-antimoniaat (Glucantime®): onderhuidse injecties, dagelijks gedurende 4 tot 8 weken. Honden en eigenaren vinden de injecties vaak vervelend.

Allopurinol: tabletten, 2 tot 3x daags gedurende 6 tot 8 maanden. Allopurinol is niet geregistreerd voor gebruik bij de hond. Het kan nierstenen geven (komt zelden voor).

Naast de bestrijding van de parasiet moeten de klinische klachten ook op andere manieren behandeld worden. Bij honden met eiwit in de urine kan een gerichte behandeling nierfalen mogelijk voorkomen. Na aanvang van de therapie kan vaak binnen enkele weken een verbetering worden waargenomen, maar volledig klinisch herstel wordt pas na meerdere maanden bereikt.
 
In gebieden waar de zandvlieg voorkomt (de Zuid-Europese landen) worden Meglumine en Allopurinol vaak gecombineerd.

 

 


Ehrlichia bij de hond

 

Ehrlichiose is een ziekte die  wordt veroorzaakt door een ricketsia (Ehrlichia) in de witte bloedcellen. Dit organisme (iets tussen een virus en bacterie in) wordt overgebracht door dezelfde teken als Babesia canis. Ricketsia leven in de cel van de gastheer.

Deze teken komen van oorsprong niet in Nederland voor. Honden lopen het dus meestal op na een verblijf in warmere landen zoals Zuid- en Oost Europa en de Antillen

Symptomen Ehrlichia hond

 

- Acute Ehrlichiose

Houdt ongeveer 1 tot 3 weken aan.

Koorts, sloom, slechte of afwezige eetlust.

Benauwdheid.

Vergrote lymfeknopen en een vergrote milt.

Bloedneuzen, bloedingen in huid en slijmvliezen.

Braken.

Verlaging van de hoeveelheid bloedcellen (rode en witte bloedcellen, bloedplaatjes).

- Subklinische fase

Houdt weken tot vele jaren aan.

Hond lijkt klinisch gezond.

Verlaging van de hoeveelheid bloedplaatjes (kunnen we via bloedonderzoek zien).

Verhoging ontstekingseiwitten (kunnen we via bloedonderzoek zien).

 

- Chronische Ehrlichiose

Koorts, sloom, slechte eetlust, afvallen.

Longontsteking.

Vergrote lymfeknopen en milt.

Bloedingen in huid en slijmvliezen.

Bloedneuzen.

Bloed bij de urine.

Bleke slijmvliezen.

Verdikte achterpoten en scrotum.

Oog- en neusuitvloeiing.

Ontstekingen in de ogen (pijn, slechtziend, blindheid).

Nierontsteking en nierfalen.

Kreupelheid door spier- en gewrichtsontsteking.

Zenuwen en hersenen kunnen aangetast raken.

 

De diagnose Ehrlichia wordt gesteld met bloedonderzoek.

Eén tot vier weken na blootstelling worden honden seropositief: het lichaam heeft antistoffen aangemaakt tegen de parasiet. De hond blijft daarna seropositief. Als we de antistoffen in het bloed vinden, bewijzen we daarmee, dat de hond ooit Ehrlichia heeft gehad.
Het bewijst niet dat  Ehrlichia de oorzaak is van de huidige klachten.

Om de parasiet te vinden die Ehrlichiose veroorzaakt, gebruiken we de PCR test. Dit is een test, waarbij we het DNA van de parasiet aantonen. Een PCR test toont de parasiet zelf aan.
Een negatief PCR-resultaat sluit deze echter niet uit.
 
Ervaren laboranten zien bij 60% van de patiënten de parasiet in de betreffende witte bloedcellen (uit bloed of lymfeknopen). Dit kan met name in een vroeg stadium van de infectie.
 

Behandeling Ehrlichia hond

 

Ehrlichia wordt meestal behandeld met Doxycycline. De gemiddelde behandeling duurt 4 weken. Honden die al heel lang besmet zijn, moeten vaak ook heel lang antibiotica krijgen.

 

 


Babesia bij de hond

Babesiose is de ziekte die wordt veroorzaakt door de bloedparasiet Babesia. De parasiet wordt overgebracht door teken die in warmere landen wonen.

1-3 weken na infectie krijgt de hond koorts, bloedarmoede en hij plast roodbruine urine. Sommige honden worden pas maanden later ziek.

Babesiose is goed te behandelen. 
 
Babesia wordt overgebracht door teken. U verkleint de kans op Babesiose door uw hond dagelijks te controleren op teken en deze meteen te verwijderen. Babesia kan ook worden overgebracht van teef op pup, door bloedtransfusie en door bijtwonden. 

 

Symptomen Babesia hond

 

Babesia is een parasiet van de rode bloedcel. De parasiet vermenigvuldigt zich in de rode bloedcel. Als de rode bloedcel hierdoor kapot gaat, besmet de parasiet een volgende rode bloedcel.

Bij de acute ziekte (1-3 weken na de tekenbeet) zien we:

Matige tot hoge koorts

Lusteloosheid

Slechte tot afwezige eetlust

Geelzucht

Braken

Rood gekleurde urine

Bloedarmoede

Shock

Nierfalen

Hersenverschijnselen

Maagdarmklachten

Overlijden

Bij de chronische ziekte zien we:

Matige sloomheid

Terugkerende koorts

Bloedarmoede

Spierontstekingen

Gewrichtsontstekingen

 

Diagnose Babesia hond

 

De diagnose stellen we door middel van bloedonderzoek:

De parasiet kan zichtbaar zijn onder de microscoop. Hij zit in een rode bloedcel.

De parasiet kan zichtbaar worden gemaakt met PCR, een laboratoriumtest.

De afweerreactie van het lichaam is te meten vanaf 2 weken na de infectie. We meten dan de antilichamen tegen Babesia. Een seropositieve hond is (ooit) in aanraking is geweest met Babesia. Als we met een positieve test de parasiet hebben gevonden, wil dat niet altijd zeggen dat Babesia de oorzaak is van de problemen op dit moment.

 

Behandeling Babesia hond

 

Erg zieke honden worden opgenomen voor infuus en/of bloedtransfusie.
 
De parasiet kan worden gedood met Imidocarb, een zeer pijnlijke onderhuidse injectie. De injectie dient na 2 weken herhaald te worden.
Binnen een uur na de injectie kan een hond overmatig gaan speekselen. Hij kan benauwd worden, gaan braken en diarree krijgen. Om bijwerkingen te verzachten kan atropine worden toegediend.
 
Soms wordt, in afwachting van de resuslaten van het onderzoek, gestart met doycycline tegen Ehrlichia of Anaplasma, die kunnen worden overgebracht door dezelfde teek.

 

 


Hartworm

 

Hartworm kan ernstige hartfalen veroorzaken. Een bloedtest wordt pas 6-8 maanden na besmetting positief. De wormen zijn dan al volwassen en kunnen al klinische problemen geven. 

 

Symptomen hartworm hond

 

De eerste klinische symptomen treden 5-7 maanden na besmetting op.

De ontwikkeling van hartwormziekte bij honden verloopt doorgaans langzaam en geleidelijk.

De meeste geïnfecteerde honden blijven jarenlang symptoomloos.

De schade aan de bloedvaten is doorgaans ernstiger bij honden die lichamelijk zeer actief zijn.

Symptomen kunnen zijn

zwakheid

chronische hoest

minder of niet eten

gewichtsverlies

uitdroging

milde tot ernstige benauwdheid

bewustzijnsverlies (flauwvallen) na inspanning of opwinding.

vocht in de buik (ascites)

zwelling in de achterpoten (oedeem)

zwelling van kop en voorpoten (Vena cava syndroom)

plotselinge dood

Als een groot aantal wormen tegelijk dood gaat, kan dat plotseling de bloedvaten van de longen afsluiten. Honden worden plotseling benauwd en kunnen bloed ophoesten.
 

Diagnose hartworm bij de hond

 

Een hartworminfectie bij honden kan worden vastgesteld met

Bloedonderzoek:

Circulerende babywormpjes (microfilariae; Knott test). Bij 30% van de honden is deze test negatief. Ook vals positieve uitslagen zijn mogelijk (zie onder). De test is mogelijk vanaf 6 maanden na de infectie.

Antigenen van de volwassen vrouwelijke wormen: een gevoelige en betrouwbare test, soms vals-negatief (bijvoorbeeld als er alleen mannelijke wormen zijn). De test is mogelijk 5 maanden na het oplopen van de infectie.

Antilichaam onderzoek: deze test is onbetrouwbaar

Echografisch onderzoek:

Op een echo kan een vergroot rechter hart worden gezien. Wormen zijn soms zichtbaar als twee parallel lopende lijntjes.

Röntgenfoto:

De bloedvaten in de longen kunnen kronkelend verlopen en afgesloten zijn. Er zijn aanwijzingen voor rechter hartfalen

Behandeling hartworm hond

De moeilijkheid bij het behandelen van hartworm is, dat we niet zomaar even een middel kunnen geven waar de wormen van dood gaan. Bij het doden van de volwassen hartworm kan de dode worm belangrijke bloedvaten in de long afsluiten. De patiënt kan daardoor bij de behandeling plots instorten en overlijden.

Daarom is het heel belangrijk dat de hond in de 30-40 dagen na de behandeling echt heel rustig wordt gehouden.

Als medicijn geven we meestal een combinatie van melarsomine, heparine, prednison en doxycycline. 4 tot 6 weken na de eerste injectie melarsomine moet de hond nogmaals dit middel krijgen en deze keer 2 dagen achter elkaar.

Als de volwassen wormen dood zijn, moeten de microfilariën nog behandeld worden. Dat kan met milbemycine, een ontwormingspilletje.

Er zijn publicaties waarbij het langdurig gebruik van preventieve medicijnen (zie later) gedurende ½ tot 2,5 jaar leidde tot genezing. We raden deze behandeling niet aan omdat deze manier van werken ook kan leiden tot resistentie bij de hartworm.  En met deze behandeling zou de hond jaren rust moeten houden, terwijl dat maar 30-40 dagen is bij de behandeling met middelen tegen volwassen hartwormen, zoals hierboven beschreven is.

Als wormen de grote bloedvaten afsluiten, moeten we chirurgisch ingrijpen. Dit is een risicovolle behandeling.